Het gehoor van het paard

In tegenstelling tot een mens heeft een paard zeer beweeglijke oren in trechtervorm.  De trechtervorm zorgt ervoor dat het geluid heel goed “gevangen” wordt en dat de geluidsgolven versterkt worden.

Een paard hoort dan ook een heel stuk beter dan de mens. Sommige bronnen spreken van 20 x beter! Daardoor gebeurt het vaak dat paarden schrikken van een geluid dat de mens niet eens hoort. Paarden kunnen elkaar horen op een afstand van 4,5 km!

Een paard heeft 16 spieren in elk oor, en daardoor kan elk oor 180° draaien! Hun 2 oren kunnen ook elk in een andere richting gedraaid worden, los van elkaar, zo kunnen ze zich tegelijkertijd op verschillende geluidsbronnen concentreren.

Het paard op de foto hiernaast luistert zowel naar een geluid dat van voor komt, als naar een geluid dat zich achter hem bevindt.

Dat het paardenoor zo beweeglijk is heeft 2 belangrijke redenen.

Ten eerste moet het paard als prooidier goed horen wanneer er eventueel gevaar op hem afkomt.  Ritselende bladeren, een tak die kraakt, … het kan een hongerig roofdier zijn…  Hij moet dit geluid perfect kunnen lokaliseren. Ook een onweer of een storm hoort een paard al van verre aankomen.

Ten tweede gebruiken paarden hun oren om met elkaar te communiceren door ze op een bepaalde manier te bewegen.

Het paard heeft een selectief gehoor.

Dit kan je vergelijken met een moeder en haar pasgeboren baby tijdens de slaap.  Er rijden misschien vrachtwagens op en af in de straat, of er staat een hevige wind, waardoor de dakpannen rammelen, maar mama slaapt als een roos.  Van zodra de baby echter een kreuntje geeft is mama klaarwakker!

Bij paarden is hun selectief gehoor vooral op gevaar afgestemd:  ritselen van struikgewas, rollende steentjes, krakende takken, het kunnen hongerige roofdieren zijn in aantocht…

Dit verklaart het onrustige gedrag van sommige paarden bij winderig en stormachtig weer.  Er komen dan zoveel geluiden binnen op hetzelfde moment, waardoor het moeilijker is te selecteren.

Het is dus moeilijker om “gevaar” op tijd te horen, dus schakelen sommige paarden hun “vluchtmodus” in.  Vele ruiters ervaren tijdens het rijden/trainen van hun paard op een winderige dag, dat hun paard inderdaad zenuwachtiger is.

Paarden kunnen gemakkelijk verschillende geluiden van elkaar onderscheiden, zoals de stem van hun verzorger uit alle andere stemmen, of het geluid van een bepaalde deur die opengaat (“joepi, mijn baasje komt eraan!”).

Omdat paarden zulke gevoelige oren hebben is het  niet goed om paarden onder te brengen in een lawaaierige omgeving.  Luide radio’s en  schreeuwende kinderen (of volwassenen…) zijn voor paarden helemaal niet leuk. Ook sissende geluiden zijn vervelend, daar deze –op zich al onaangename – geluiden versterkt worden in het paardenoor.

Dat is meteen ook de reden dat veel paarden schrik hebben van vliegensprays of de waterslang.  Gelukkig kan je deze paarden toch leren om vertrouwen te hebben hierin.

Sommige springruiters doen hun paarden  een oorkapje aan op wedstrijd omdat hun paard anders zenuwachtig tot zelfs heel bang kan worden van de geluiden uit de luidsprekers of het applaus van het publiek.

Hou dus rekening met de gevoelige oren van jouw paard : zorg voor een rustige omgeving en begrijp je paard als het lijkt te schrikken van “niets” (het hoort iets wat jij niet kan horen) of van  rare/vervelende geluiden zoals de vliegenspray, de waterslang, het stromen van de beek als je er langskomt (paarden kunnen daar heftig op reageren), het ritselen van een regenjas tijdens het rijden, het sissen van de wielen van een fiets die langskomt, …

Probeer je paard zo goed mogelijk voor te bereiden op zulke geluiden en train je paard eventueel met behulp van clickertraining om deze geluiden te aanvaarden.