arrow_drop_up arrow_drop_down

Asymmetrie in de achterbenen

Eén van de 5 natuurlijke asymmetrieën die een paard parten speelt wanneer het wordt getraind is de asymmetrie in de achterbenen. De buigzaamheid, de kracht en de coördinatie in de achterbenen is verschillend. Een paard gebruikt van nature zijn achterbenen dus niet gelijkmatig.

linksgebogen hol en bol - kopie (2)Belasting van 1 lateraal benenpaar

Als gevolg van de natuurlijke gebogenheid belast een paard zijn benen aan zijn bolle zijde het meest. Een linksgebogen paard zal dus meer gewicht dragen met zijn rechtervoorbeen dan zijn linkervoorbeen, maar ook meer gewicht met zijn rechterachterbeen dan met zijn linkerachterbeen. Elk paard heeft dus een achterbeen dat meer gewicht draagt omdat dat been goed onder de massa stapt en een been dat minder goed onder de massa stapt en dus minder gewicht draagt.

Het sterke versus het zwakke achterbeen

Het achterbeen dat het meest onder het lichaam wordt geplaatst (het rechterachterbeen bij een linksgebogen paard) is soepeler en buigzamer dan het andere been doordat het onder invloed van het lichaamsgewicht van het paard verder inbuigt dan het andere been. Maar het moet het gewicht dat het opneemt ook weer omhoog duwen. Het heeft dus ook meer veerkracht dan het andere been.

Het been dat zich niet mooi onder de massa plaatst maar iets maar ernaast, is minder buigzaam want het neemt over het algemeen minder gewicht op. Dit been heeft dus niet zoveel draagkracht en veerkracht als het ander been.

Dit been kan echter wel beter naar voor swingen dan het andere been, maar het duwt minder ver en dus minder krachtig naar achter af. Omdat dit been minder buigzaam is, minder draag-en veerkracht heeft en minder krachtig naar achter kan afzetten, wordt dit been “het zwakke been” genoemd.

Het andere been wordt “het sterke been” genoemd: dit been kan meer gewicht dragen en is dus buigzamer en veerkrachtiger. En omdat het onder de massa afzet kan het krachtiger naar achter afduwen om het paard voorwaarts te stuwen. Het kan echter minder goed naar voor swingen.

Bij een linksgebogen paard zal het zwakke been dan ook het linkerachterbeen zijn. Het sterke been is het rechterachterbeen. Het verschil tussen het zwakke been en het sterke been nog even opgesomd:

Het “zwakke” been

– Treedt naast de massa
– Neemt minder gewicht op dan het sterke been, draagkracht is dus minder
– Is stijver dan het sterke been
– Heeft minder veerkracht dan het sterke been
– Kan beter naar voren swingen dan het sterke been
– Kan minder krachtig naar achter afduwen
– Stuwt het zwaartepunt van het paard naar het diagonale voorbeen
(wordt daarom ook wel het “stuwende” been genoemd, een paard is dan “links- of rechtsstuwend”)

Het “sterke” been

– Treedt onder de massa
– Neemt meer gewicht op dan het zwakke been, draagkracht is dus groter (wordt daarom ook wel het “dragende” been genoemd, een paard is dan “links- of rechtsdragend”)
– Is buigzamer dan het zwakke been
– Heeft meer veerkracht dan het zwakke been
– Kan minder goed naar voor swingen
– Kan krachtiger naar achter afduwen dan het zwakke been

Er is dus een ongelijke manier van stuwen en dragen in de achterbenen.

paard valt over de schouder natuurlijke scheefheid
Verschuiving van het zwaartepunt

Door de laterale asymmetrie + het minder onder de massa treden van 1 achterbeen, wordt het zwaartepunt van het paard diagonaalsgewijs naar 1 van de voorbenen gestuwd waardoor het paard uit balans geraakt. Het paard loopt dan over de schouder of het valt op de schouder. Sommige paarden gaan versnellen, andere paarden willen niet meer vooruit en gaan staken.

Het doel is om de asymmetrie in de achterbenen op te heffen, zodat beide achterbenen even goed leren ondertreden en gewicht opnemen . Het is ook de bedoeling dat beide achterbenen samen meer draagkracht en veerkracht ontwikkelen, zodat het paard steeds meer gewicht met beide achterbenen kan opnemen. Enkel op die manier kan een paard zijn ruiter dragen zonder overbelast te worden.

Reactie plaatsen